“WIJ KOMEN TERUG”
De meidoorn is al van oudsher een boom waaraan
uitzonderlijke krachten worden toegeschreven……
Toen De Dijk De Dijk nog was stonden er naast de vele wilgen en populieren ook vier witte meidoorns. Na de eerste bocht, komend vanaf de Hoge Woerd of Het Zand, stonden er twee aan de rechtse kant in de berm naast het slootje. In één van die meidoorns kon je naar binnen als bij een tent. Er was ruimte voor wel vier kinderen. Er werd landpikkertje in gespeeld of een appeltje in gegeten. Misschien zijn er eerste kusjes in uitgedeeld. Op zekere dag in de grote vakantie hielden drie nog piepjonge Dijklopers een tussenstop bij die meidoorn. Buiten ‘Dijkloper’ waren dat er dus nóg twee; broer Wim en broertje Theo. We kwamen uit de doordeweekse mis, dat was toen nog, en hadden weer veel moeten lachen om pastoor Bonenkamp met zijn luide stem en Franse accent. We gingen de meidoorn binnen en Wim kwam op een idee. Hij trok een gewichtig gezicht en zei: “we zullen ze hier eens goed bang maken”. Hij brak een takje af en tekende pijlen, cirkels, halve maantjes en andere, raadselachtiger figuren in de aarde. Hij leek bijzonder tevreden met het resultaat maar zijn werk was nog niet gedaan. Er kwam een grimmige trek op zijn gezicht toen hij er de volgende drie woorden aan toevoegde: "wij komen terug". Later op de dag werd Wim om een boodschap gestuurd en kwam met het volgende verhaal terug; bij de meidoorn hadden zich wel tien mensen verzameld, kinderen maar ook volwassenen. Het was een drukte van belang. Ze hadden zich over de geheime tekens gebogen met de drie woorden. Mevrouw Goes of mevrouw Van Dam, daar was hij niet zeker van, had van een “kwajongensstreek” gesproken maar de meeste mensen bij de meidoorn stonden te rillen als rietjes en zagen bleek.
Toen De Dijk De Dijk nog was stonden er naast de vele wilgen en populieren ook vier witte meidoorns. Na de eerste bocht, komend vanaf de Hoge Woerd of Het Zand, stonden er twee aan de rechtse kant in de berm naast het slootje. In één van die meidoorns kon je naar binnen als bij een tent. Er was ruimte voor wel vier kinderen. Er werd landpikkertje in gespeeld of een appeltje in gegeten. Misschien zijn er eerste kusjes in uitgedeeld. Op zekere dag in de grote vakantie hielden drie nog piepjonge Dijklopers een tussenstop bij die meidoorn. Buiten ‘Dijkloper’ waren dat er dus nóg twee; broer Wim en broertje Theo. We kwamen uit de doordeweekse mis, dat was toen nog, en hadden weer veel moeten lachen om pastoor Bonenkamp met zijn luide stem en Franse accent. We gingen de meidoorn binnen en Wim kwam op een idee. Hij trok een gewichtig gezicht en zei: “we zullen ze hier eens goed bang maken”. Hij brak een takje af en tekende pijlen, cirkels, halve maantjes en andere, raadselachtiger figuren in de aarde. Hij leek bijzonder tevreden met het resultaat maar zijn werk was nog niet gedaan. Er kwam een grimmige trek op zijn gezicht toen hij er de volgende drie woorden aan toevoegde: "wij komen terug". Later op de dag werd Wim om een boodschap gestuurd en kwam met het volgende verhaal terug; bij de meidoorn hadden zich wel tien mensen verzameld, kinderen maar ook volwassenen. Het was een drukte van belang. Ze hadden zich over de geheime tekens gebogen met de drie woorden. Mevrouw Goes of mevrouw Van Dam, daar was hij niet zeker van, had van een “kwajongensstreek” gesproken maar de meeste mensen bij de meidoorn stonden te rillen als rietjes en zagen bleek.
Heerlijk deze anekdotetrommel!!
BeantwoordenVerwijderen