woensdag 14 november 2012


STRONT

Koos had zitten kakken achter de loods van Smienk en wij moesten naar het bouwwerk komen kijken. In de Katholieke Illustratie hadden wij eens een afbeelding van de Dom van Keulen gezien, daar had het iets van weg. Wát een hoop stront! Later is er een afdruk van een kinderschoen in aangetroffen en hing er bij Van Es op het erf een vloerkleed te drogen. “Als het maar over stront gaat”, zei moeder Van Schaik, “dan leven jullie” en inderdaad, dat viel niet te ontkennen. Stront was en is een dankbaar onderwerp. Zo zal menige Dijkloper zich herinneren hoe boer Dirk door zijn paard door de mesthoop werd getrokken. “We gaan starten” zo had hij laten weten maar het paard was ergens van geschrokken en was hem vóór en Dirk was daar niet op bedacht. Toen we het thuis vertelden moest onze pa daar smakelijk om lachen en zei: “Je moet bij dat soort dingen niet méér nemen dan een neus vol”. Van hem is ook een andere uitspraak bekend; als iemand van ons eens “niets te doen” had en daar melding van maakte zei hij: “Ga je voeten maar zitten wassen op het schijthuis”. Nee, we waren niet vies van een strontpraatje en hadden het niet van een vreemde bovendien. Broer Theo stond er ook niet afwijzend tegenover en was tevens niet afkerig van de materie zelf. “Jij durft je neus er niet mee in te smeren” zei Siem tegen hem in het kippenhok,wijzend op de kippenstront en Theo vroeg Siem wat of hij er voor over had als hij die durf wél had en die in praktijk zou brengen. Siem had daar wel een dubbeltje voor over en voor een dubbeltje smeerde Theo zijn neus in met de smurrie. Zo zijn er vele anekdotes op te dissen waarbij het om stront draait. Ook die van de portemonnee aan het touwtje, waar we achter de heg gezeten eens niet aan zouden trekken, omdat we de onderkant van de beurs hadden ingesmeerd met dat van een koe. Buurman Lindeman was de gelukkige. Hij werd rood tot in zijn nek maar zijn vingers hadden een andere kleur. Laten we besluiten met het verhaaltje waarin Wim de hoofdrol speelde. We lagen in bed en Wim moest nodig, en omdat hij niet wéér naar beneden mocht met zijn fratsen en moe aan dat verbod had toegevoegd dat hij het maar uit het raam moest doen, poepte hij - luid aangemoedigd door zijn broertjes - uit het slaapkamerraam. Niet wetend dat oom Kees daar onder zijn motor had geparkeerd……Enfin, onze moeder was jarig, maar Wim was het de volgende dag nog niet.       

Geen opmerkingen:

Een reactie posten