TEDDY
KOOT
Nooit hebben wij een dier méér op haar plaats gezien dan Teddy Koot. Zij
was de Dijkloper onder de viervoeters, geen hond om aan te halen en te aaien,
maar een vuilnisbak die erf op erf af, tuintje in en tuintje uit her en der aan
haar kostje kwam.Teddy aan een lijn of aan een ketting vastzittend zoals de
herdershond van Thijs van Wijk aan de Driesprong, zou een even onmogelijke
combinatie zijn geweest als president Kennedy met een kuisheidsgordel. Hoe
Teddy Koot de Dijk overstak, schuin en stiekempjes; haar bek aflikkend, achter
spelende kinderen om….. Dat beeld was zowel rustgevend als om te lachen en zou
in een Jan Steen of een Pieter Breughel niet hebben misstaan. Ze werd nogal
eens ruw benaderd, kreeg hier een gooi en daar een trap, niet zo netjes
allemaal, of werd met stenen bekogeld. In die dagen zijn het arme beest de
meest uiteenlopende zaakjes aangewreven; van het vernielen van bloemen en
planten, tot het vol piesen van klompen en het onderpoepen van een motor toe.
”Dat zal die hond van Koot wel gedaan hebben”. Teddy de zondebok, het zwarte
schaap. En toch hoorde Teddy erbij; als de koeien en de knotwilgen. We zien
haar weer lopen. Ze buigt zich aan de buitenmuur over een wit geëmailleerd
schaaltje met blauwe rand. Een kliekje havermout. Ze slobbert het naar binnen
en likt haar bek af. Zo, dat pakken ze haar niet meer af.
Een beest dat ik nooit gezien heb, maar me zó helder voor ogen staat; dát is de magie van de verhalen!
BeantwoordenVerwijderen