maandag 26 november 2012


DE BOOSKIJKER EN ANDERE VRIJERS

Arno keek in het decolleté van Maria, pakte een gulden uit zijn portemonnee, liet het muntstuk in haar gleuf vallen en ving het aan haar voeten weer op. Er woonden mooie meisjes in de buurt, met rondingen veelbelovend en ogen die meer leken te zien dan die van ons, puberjongens. Sommige van die meisjes waren jonge vrouwen en al verloofd. Zij stonden op het punt van trouwen. Annie en Janie bijvoorbeeld en Riek en Wil en Gerda. Bekende stellen die ook al lang verkering hadden waren Willem en Truus, Lambert en Ans en Joost en Plonie. Zij fietsten langs op zondagmiddagen, hand in hand, of liepen innig gearmd over onze hinkelhokken,  knikkerputjes en over ons ,,voetbalveld”. Soms moesten we ons speelterrein verleggen als het werd ingenomen door de grote jongens van de overkant die ook al een partner hadden en het braaf op de stoel zitten naast vrouw of verloofde voor even wilden onderbreken. In hun witte overhemd met stropdas en keurig gepoetste schoenen leefden zij zich uit met een potje voetbal waarbij het soms stevig toeging. Gijs, Cor, Nico en Herman schopten vaker tegen schenen dan tegen de bal. En dan was daar ook Martin nog met zijn barse stem. Hij was voor ons “de booskijker”. Hij was op Riek maar wat zag zij in hem. De kleinste kinderen in de buurt waren bang voor hem. Martin plaagde meestal maar wat maar hij kéék zo boos….. .Joop had ook een stuurse blik en Nol van de Kant met zijn paard en wagen had evenmin een vriendelijk voorkomen. En laten we buurman Van Ooyen niet vergeten, dat was ook de vrolijkste niet en helemaal niet als er een bal in zijn tuin werd geschopt. Op een dag toen het speeltuig pardoes voor zijn voeten in zijn tuin was beland had hij er snel en ongezien het mes in gezet. Tot onze stomme verbazing kregen wij een lekke bal terug. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten