vrijdag 16 november 2012

IN HET MAJEM

Zonder dat er ooit onderzoek naar is gedaan kunnen we gerust stellen dat elke Dijkloper  tenminste één keer in zijn of haar Dijkloperbestaan in de sloot moet hebben gelegen. Of in de plomp, of in het majem zoals we plachten te zeggen. Meneer De Vries vond er zelfs zijn einde in. Dáár werd niet om gelachen, maar hoe anders was het als je in het majem terechtkwam en daar (hoestend en proestend) weer uit wist te komen. Dan was de hilariteit meestal groot en werd er doorgaans lang over nagepraat. Te water gaan in een baggersloot gebeurde zelden vrijwillig. Toch was er een uitzondering. Onze oudste schoonzus, Marie Louise, hoogzwanger van haar eerste kind, kwam terug van een wandeling in de boomgaard en was halverwege de plank die achter het huis over de sloot lag, toen ze haar evenwicht verloor. Denkend aan de kleine bedacht ze bliksemsnel dat er maar één mogelijkheid was om veilig te landen en onder haar aankondiging “ik spring” koos ze voor de plomp. Héél kleine Dijklopers waren we nog toen broertje Theo plotseling in hetzelfde slootje lag te spartelen. “Moe!, Theo ligt in de sloot!” We waren autootje aan het spelen met margarinedozen over ons hoofd, maar daar hadden we raampjes in gemaakt én een stuur, dus hoe kon zoiets gebeuren?! Met een toegestoken hark die Theo moest vastpakken trok moeder hem op de kant. Ook ik zei de gek heb een keer een nat pak gehaald, in de buurt van de meidoorn. Ik wilde het kunstje van Arie Miltenburg uithalen. Arie, bij iedereen bekend als “broertje”, fietste vaak langs en hield zijn stuur op een stoere manier vast. Ik fietste tussen de middag van school naar huis om te eten en pakte precies als Arie met mijn rechterhand het linkerhandvat beet. Maar dat was maar voor even…..Al te enthousiast had ik aan het stuur getrokken en plons! Daar ging ik, met fiets en al. Geholpen door Riet Miltenburg, een zus van Arie nota bene, ben ik op de kant geklauterd. Maar wát een ellende had ik aan mijn lijf en aan mijn fiets hangen….De halve onderwaterwereld. De familie De Bruin zag me aan komen fietsen en lachte me vierkant uit. Een uurtje later weer eenmaal op school, bleek de hele klas al op de hoogte te zijn van mijn avontuur. Ach, en dan mijn vader, het is nog niet zó lang geleden; het was op een avond en al donker. Het gezichtsvermogen van pa was al niet meer honderd procent en hij vergiste zich in de plek van een lichtbron. Die bevond zich niet vóór de sloot maar aan de overkant daarvan, in de tuin van één van de nieuwe villa’s…..Toen hij op het droge was gekropen en zijn fiets op de kant had getrokken was het eerste dat bij hem opkwam het opsteken van een sigaar. Zijn “gereedschap” zoals hij zijn rokertje noemde, was tenminste nog droog.          

Geen opmerkingen:

Een reactie posten