IN HET
MAJEM
Zonder dat er ooit onderzoek naar is gedaan kunnen we gerust stellen dat
elke Dijkloper tenminste één keer in
zijn of haar Dijkloperbestaan in de sloot moet hebben gelegen. Of in de plomp,
of in het majem zoals we plachten te zeggen. Meneer De Vries vond er zelfs zijn
einde in. Dáár werd niet om gelachen, maar hoe anders was het als je in het
majem terechtkwam en daar (hoestend en proestend) weer uit wist te komen. Dan
was de hilariteit meestal groot en werd er doorgaans lang over nagepraat. Te
water gaan in een baggersloot gebeurde zelden vrijwillig. Toch was er een
uitzondering. Onze oudste schoonzus, Marie Louise, hoogzwanger van haar eerste
kind, kwam terug van een wandeling in de boomgaard en was halverwege de plank
die achter het huis over de sloot lag, toen ze haar evenwicht verloor. Denkend
aan de kleine bedacht ze bliksemsnel dat er maar één mogelijkheid was om veilig
te landen en onder haar aankondiging “ik spring” koos ze voor de plomp. Héél
kleine Dijklopers waren we nog toen broertje Theo plotseling in hetzelfde
slootje lag te spartelen. “Moe!, Theo ligt in de sloot!” We waren autootje aan
het spelen met margarinedozen over ons hoofd, maar daar hadden we raampjes in
gemaakt én een stuur, dus hoe kon zoiets gebeuren?! Met een toegestoken hark
die Theo moest vastpakken trok moeder hem op de kant. Ook ik zei de gek heb een
keer een nat pak gehaald, in de buurt van de meidoorn. Ik wilde het kunstje van
Arie Miltenburg uithalen. Arie, bij iedereen bekend als “broertje”, fietste
vaak langs en hield zijn stuur op een stoere manier vast. Ik fietste tussen de
middag van school naar huis om te eten en pakte precies als Arie met mijn
rechterhand het linkerhandvat beet. Maar dat was maar voor even…..Al te
enthousiast had ik aan het stuur getrokken en plons! Daar ging ik, met fiets en
al. Geholpen door Riet Miltenburg, een zus van Arie nota bene, ben ik op de
kant geklauterd. Maar wát een ellende had ik aan mijn lijf en aan mijn fiets
hangen….De halve onderwaterwereld. De familie De Bruin zag me aan komen fietsen
en lachte me vierkant uit. Een uurtje later weer eenmaal op school, bleek de
hele klas al op de hoogte te zijn van mijn avontuur. Ach, en dan mijn vader,
het is nog niet zó lang geleden; het was op een avond en al donker. Het
gezichtsvermogen van pa was al niet meer honderd procent en hij vergiste zich
in de plek van een lichtbron. Die bevond zich niet vóór de sloot maar aan de
overkant daarvan, in de tuin van één van de nieuwe villa’s…..Toen hij op het
droge was gekropen en zijn fiets op de kant had getrokken was het eerste dat
bij hem opkwam het opsteken van een sigaar. Zijn “gereedschap” zoals hij zijn
rokertje noemde, was tenminste nog droog.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten