JAN
Op het moment van schrijven wordt hij overluid. Jan Kampers, Groenedijker en Merenees, is overleden. Het clichébeeld van de oude eik die is geveld, dringt zich op. Als kind mochten wij mee met de vrachtwagen die hij toen bestuurde en zagen wij de Dijk vanuit een ander perspectief. Talloze mensen kennen Jan natuurlijk als glazenwasser. Welke ruiten heeft hij níet gereinigd en in welke zag hij niet heel even zijn spiegelbeeld. Maar Jan was vooral naar buiten gericht. Hij zag je altijd en groette je altijd. Een mooie eigenschap die je ook bij zijn kinderen en kleinkinderen ziet. En Jan zag méér en vaak zag hij ergens de humor van in. Vanzelfsprekend groette hij ook Lange Kees die ooit met zijn handen in zijn zakken op de Dijk voor Jan uit liep. Jan claxonneerde en Lange Kees deed geen enkele poging zijn handen uit zijn zakken te halen. Onverstoorbaar liep hij door en…..groette terug door het uitsteken van zijn been. Van deze schilderachtige, korte scène deed Jan ons verslag. Vaak moet ik hier aan denken. In Jan ging misschien een cineast schuil, een goed waarnemer was hij zeker. Hij hield van anekdotes en verhalen onder het genot van een biertje of een borreltje en kwam er zelf ook mee op de proppen. Hij kon beeldend vertellen over burenruzies die uit de hand waren gelopen en over familiebijeenkomsten die uitmondden in grote feesten. Het is moeilijk voor te stellen, Jan Kampers - iemand die één was met zijn omgeving - hier niet meer te ontmoeten.
Op het moment van schrijven wordt hij overluid. Jan Kampers, Groenedijker en Merenees, is overleden. Het clichébeeld van de oude eik die is geveld, dringt zich op. Als kind mochten wij mee met de vrachtwagen die hij toen bestuurde en zagen wij de Dijk vanuit een ander perspectief. Talloze mensen kennen Jan natuurlijk als glazenwasser. Welke ruiten heeft hij níet gereinigd en in welke zag hij niet heel even zijn spiegelbeeld. Maar Jan was vooral naar buiten gericht. Hij zag je altijd en groette je altijd. Een mooie eigenschap die je ook bij zijn kinderen en kleinkinderen ziet. En Jan zag méér en vaak zag hij ergens de humor van in. Vanzelfsprekend groette hij ook Lange Kees die ooit met zijn handen in zijn zakken op de Dijk voor Jan uit liep. Jan claxonneerde en Lange Kees deed geen enkele poging zijn handen uit zijn zakken te halen. Onverstoorbaar liep hij door en…..groette terug door het uitsteken van zijn been. Van deze schilderachtige, korte scène deed Jan ons verslag. Vaak moet ik hier aan denken. In Jan ging misschien een cineast schuil, een goed waarnemer was hij zeker. Hij hield van anekdotes en verhalen onder het genot van een biertje of een borreltje en kwam er zelf ook mee op de proppen. Hij kon beeldend vertellen over burenruzies die uit de hand waren gelopen en over familiebijeenkomsten die uitmondden in grote feesten. Het is moeilijk voor te stellen, Jan Kampers - iemand die één was met zijn omgeving - hier niet meer te ontmoeten.
Ik kwam hem nog tegen, een paar maanden terug in De Schalm. Ook toen weer een mooi verhaal van hem gekregen. Hij moest lachen toen hij tot slot nog even sprak over Sinterklaas Theo van Schaik, die met Piet (Rik) in augustus even op visite kwam.
BeantwoordenVerwijderen