dinsdag 8 januari 2013


VAN INGEN MET ZIJN GEKKE DINGEN

Zonder moeite kunnen we hen vóór ons halen, ze kwamen aan huis, dagelijks of één of twee keer in de week en waren niet weg te denken. Daar zijn ze: bakker Verkerk met de buik vooruit en de krakende mand onder zijn arm, Jan van Veen, de melkman met zijn gezwinde tred, de groentemannen Hannes, Karel, Cor en Kees de Rijk, allen van de Dijk, Piet van der Weijden de kruidenier, de slagersjongens Gert en Loek die op zaterdagen bestellingen rondbrachten en velen méér; nóg een bakker bijvoorbeeld was Sturkenboom en daar was nog bakker Erne - “ha die mannen” - die met zijn bakfiets tot aan de Taatsedijk kwam en kruidenier Boes uit Harmelen die aan Smienk leverde evenals Rijksen, die dikwijls tot diep in de avond onderweg was en de nachtkruidenier werd genoemd. Gerard en Leo Tonen herinneren we ons vanzelfsprekend, melkmannen met wie we - opgevouwen tussen bussen en kratten met flessen - soms mee mochten rijden naar school, maar er waren ook venters die de Dijk minder frequent bezochten. Één van hen was meneer Van Ingen, een wat stuurs ogende man in zwart manchester pak. Hij had naar men zei een winkel in huishoudelijke artikelen in Lombok en kwam één, hooguit twee keer per jaar.Toch liet ook hij, al na zijn eerste bezoek, een onuitwisbare indruk achter. De vrouwen van de buurt verzamelden zich als bij een marktkraam rond zijn nering, amicaal kwebbelend en al gauw was het “Van Ingen met al die gekke dingen”ook al waren zijn “diepe borden platte borden theepotten koffiepotten scharen messen bezems en borstels” (allemaal zonder komma) nuttige artikelen en hij had nóg iets op  zekere dag, iets bijzonders bovendien, want hadden de vrouwen van de Dijk ooit eerder zo’n wereldwonder gezien?! Het tijdperk van de zinken emmer was voorbij, ze waren nu van kunststof! En niet alleen emmers, ook teiltjes waren voortaan van kunststof. Zet alles van zink maar bij het oud vuil en koop deze, was het praatje van meneer Van Ingen en “wát niet sterk?!”. Hij gooide een emmer op het asfalt en ging er op staan en het ding kon zijn gewicht dragen, maar er bleven vrouwen sceptisch tegenover de vooruitgang en dus trapte Van Ingen zijn wereldwonder twee telefoonpalen ver over de Dijk. Had iedereen het gezien? Dát kon zo‘n emmer dus óók hebben!  Buurvrouw Lindeman was overtuigd en kocht er vast een. “En géén teiltje?!” Wat stonden die vrouwen toch te treuzelen bij zijn kar, moest hij aan zijn theater nóg een scène vastknopen? Zo’n teil was net zo sterk, “kijk maar eens” en het attribuut vloog door de lucht, de sloot over, het weiland van Cor de Gier in. Maar de fratsen, het geëmmer, liet iemand zich ontvallen, van meneer Van Ingen waren uiteindelijk meestal niet voor niets geweest; een aantal van zijn ,,gekke dingen” vond steeds weer aftrek.              

Geen opmerkingen:

Een reactie posten