dinsdag 22 januari 2013


MET DE BAL BALLEN


Piet,de shagvriend, Adrie, Henk, Hans die op een middag uit school eens in een kuil met brandnetels werd gegooid, Karel, Kees, nog een Piet, Marcel, Theo, Joost, Jan, Gerard, Leo, Wim….. De Dijk had een grote inbreng binnen de vv De Meern. Als we onszelf, de aanstormende jeugd, bij de genoemde namen optellen komen we bijna tot twee eerste elftallen bestaande uit louter Dijklopers. Voorlopig voetbalden we, twee tegen twee of drie tegen drie, eerst nog op het asfalt tussen jassen, truien en een lantaarnpaal. Later trokken we naar de Hoge Weide, naar de speelweide. Talloze partijtjes hebben we gespeeld, waarbij er in al die jaren maar één ruitje aan diggelen ging; het exemplaar linksboven in de voorgevel van het huisje van Smienk. Simon mikte op een onzichtbare kruising van paal en lat maar zag tot zijn grote schrik de bal aan de andere kant van het glas in de overgordijnen belanden. Heibel is er niet om geweest, bij Smienk hadden ze ook vijf kinderen, en het incidentje werd dus sportief opgevat. Voetballen deden we vroeger op straat, op de Dijk en natuurlijk hoorde daar ook ballen in sloten en voortuinen bij. Een enkele keer was men ons zat en kregen we een bal niet terug of niet eerder dan de volgende dag. Zelfs buurman Broekhuizen deed op zekere dag
een poging ons speeltje te onderscheppen en dreigde daarbij, toen het hem duidelijk werd dat hij daar niet in zou slagen en wij in zijn tuintje stonden te jongleren, uit zijn vel te springen. “Leg niet met die bal te balle” bracht hij buiten zinnen uit. Wat waren we ook bloedzuigers soms. Wanneer we naar de speelweide trokken had de buurt tenminste geen last van ons. De speelweide was van volkstuinvereniging Hoge Weide en bedoeld voor kinderen van ouders met een tuintje en een tuinhuisje, voor mensen uit de stad. Een kant van het terrein, ten zuiden van het pad dat naar de tuintjes leidde, was ingericht met schommels, een zandbak en wat kleine speeltoestellen en aan de andere kant van het pad lag het veld. Met de speelweide was het als met de Put van Kraal; we werden gedoogd, weggestuurd na een onbeduidende ruzie en wéér gedoogd en vervolgens van harte welkom geheten toen men er ijs ging verkopen en er zelfs een kantine verrees….Toch ging er niets boven “met de bal ballen” op de Dijk wat mij betreft, daar waar het speeltuig grillig kon opspringen op afgebrokkeld asfalt, capriolen kon maken op een kaal gelopen ongelijke berm, de Dijk waarop iedere vliegende keep zich bont en blauw viel om doelpunten te voorkomen en spitsen met scherp schoten.        

Geen opmerkingen:

Een reactie posten