JAN
DE WIND
Net nu ik me afvraag wat er van hem geworden zal zijn waait de kindertekening voor mijn gezicht. Hier is hij dan, met zijn ronde hoofd en zijn bolle wangen. Foei, Jan de Wind, wat blaas jij hard, over het land en door de stad is het begin van een oud versje en daar is De eik en het riet, een fabel van La Fontaine, de eik die neerkijkt op het riet, maar het riet buigt voor de wind en de eik bezwijkt….Ach, vandaag houdt Jan de Wind zich nog in. Mijn gedachten gaan terug naar de weggewaaide poststukken van weleer; naar het kaartje op het ijs, de brief in de sloot en naar de adreswijziging die het luchtruim koos boven Parkwijk. “Houdt de brief!”, gilde de vrouw met de schort voor. Met vijf vrouwen holde ik achter het poststuk aan dat naar beneden kwam maar steeds weer opwaaide om uiteindelijk te stranden in een modderplas. Drieëntwintig jaar geleden, van een donderdag op een vrijdag in januari, was het windkracht tien! Mijn toenmalige werkgever in Amersfoort bracht me ’s avonds thuis - er reden geen treinen - en pikte me de volgende dag weer op. De telefoon op de zaak stond roodgloeiend, de halve stad had glasschade. Mijn collega’s en ik hebben die vrijdag geen bus verf en geen rol behang verkocht maar glas gesneden in alle soorten en maten. Dat was de Jan de Wind van toen. Foei.
Net nu ik me afvraag wat er van hem geworden zal zijn waait de kindertekening voor mijn gezicht. Hier is hij dan, met zijn ronde hoofd en zijn bolle wangen. Foei, Jan de Wind, wat blaas jij hard, over het land en door de stad is het begin van een oud versje en daar is De eik en het riet, een fabel van La Fontaine, de eik die neerkijkt op het riet, maar het riet buigt voor de wind en de eik bezwijkt….Ach, vandaag houdt Jan de Wind zich nog in. Mijn gedachten gaan terug naar de weggewaaide poststukken van weleer; naar het kaartje op het ijs, de brief in de sloot en naar de adreswijziging die het luchtruim koos boven Parkwijk. “Houdt de brief!”, gilde de vrouw met de schort voor. Met vijf vrouwen holde ik achter het poststuk aan dat naar beneden kwam maar steeds weer opwaaide om uiteindelijk te stranden in een modderplas. Drieëntwintig jaar geleden, van een donderdag op een vrijdag in januari, was het windkracht tien! Mijn toenmalige werkgever in Amersfoort bracht me ’s avonds thuis - er reden geen treinen - en pikte me de volgende dag weer op. De telefoon op de zaak stond roodgloeiend, de halve stad had glasschade. Mijn collega’s en ik hebben die vrijdag geen bus verf en geen rol behang verkocht maar glas gesneden in alle soorten en maten. Dat was de Jan de Wind van toen. Foei.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten