SPOREN
Zaterdag zesentwintig januari. De laatste sneeuw voorlopig. Heimwee op voorhand, het gevoel van de laatste vakantiedag. Wat is blijvend. Zelfs de koningin is dat niet. Ik blijf de hele middag in de sneeuw, loop naar de Rode Doos en de gele brug en begeef me op terrein waar het nu nog spannend is, want nog niet bebouwd. De sporen van grondmachines op de besneeuwde klei brengen me in extase; dit is het werk van de andere winterschilder, een moderne Avercamp. In de laatste bocht van het laatste snippertje Hoge Weide, bij de kunstenaars aan de rand van Parkwijk, kom ik bij oude bekenden. Ze staan vaal en kapot achter de boerderij van vroeger; de oranje kuipstoeltjes van Dennis Adams. Van 2002 tot 2005 stonden ze her en der verspreid in de eerst voltooide wijken van Leidsche Rijn; Langerak en Parkwijk. De kunstenaar was benieuwd waarop de nieuwe bewoners van toen zich zouden richten; op de nieuwe gemeenschap, als supporters van elkaar, of op de oude Utrechtse binnenstad waar de kuipstoeltjes – modellen van de oorspronkelijke stoelen van de F-sidetribune in Nieuw Galgenwaard – naar toegekeerd stonden. Denkend aan het sympathieke kunstproject van toen snuif ik de sneeuwlucht op en kijk ik naar de sporen die ik achterlaat. Morgen is er niets meer van te zien.
Zaterdag zesentwintig januari. De laatste sneeuw voorlopig. Heimwee op voorhand, het gevoel van de laatste vakantiedag. Wat is blijvend. Zelfs de koningin is dat niet. Ik blijf de hele middag in de sneeuw, loop naar de Rode Doos en de gele brug en begeef me op terrein waar het nu nog spannend is, want nog niet bebouwd. De sporen van grondmachines op de besneeuwde klei brengen me in extase; dit is het werk van de andere winterschilder, een moderne Avercamp. In de laatste bocht van het laatste snippertje Hoge Weide, bij de kunstenaars aan de rand van Parkwijk, kom ik bij oude bekenden. Ze staan vaal en kapot achter de boerderij van vroeger; de oranje kuipstoeltjes van Dennis Adams. Van 2002 tot 2005 stonden ze her en der verspreid in de eerst voltooide wijken van Leidsche Rijn; Langerak en Parkwijk. De kunstenaar was benieuwd waarop de nieuwe bewoners van toen zich zouden richten; op de nieuwe gemeenschap, als supporters van elkaar, of op de oude Utrechtse binnenstad waar de kuipstoeltjes – modellen van de oorspronkelijke stoelen van de F-sidetribune in Nieuw Galgenwaard – naar toegekeerd stonden. Denkend aan het sympathieke kunstproject van toen snuif ik de sneeuwlucht op en kijk ik naar de sporen die ik achterlaat. Morgen is er niets meer van te zien.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten