woensdag 14 september 2011

Je gooit de post in het houten brievenbusje dat voor in de tuin staat en het papier komt er aan de andere kant weer uit en er is niemand om met je mee te lachen. Ook niet als je vijftig meter verder nóg meer papier tussen de herfstasters vandaan moet grabbelen omdat je je een ongeluk schrikt van een poes die plotseling haar pootje door de brievenbus steekt. Je lacht alleen en je vloekt alleen en het is misschien ook wel daarom dat je erover moet schrijven. Gelukkig kan je even later toch ook met anderen wat lachen en praten. Een van de werklui in wijk G die met kabels en tegels in de weer zijn staat vrolijk fluitend in een container te urineren waarop een collega hem vraagt wat of hij nu doet en dat niet bepaald op een toon en een volume van iemand die eens gezellig wil bijpraten. Het is alsof hij door een megafoon zijn zegje doet en de hele buurt op de hoogte wil brengen van de wildplasserij en dat nu is voor jou het sein om het voor de wetsovertreder, die daar misschien van de schrik op zijn overall staat te wateren, op te nemen en je zegt dat je nooit eerder zo’n comfortabele pisbak langs de kant van de weg hebt gezien, en als je er aan toevoegt dat hij netjes moet doortrekken als hij klaar is kan meneer de omroeper toch ook weer een beetje lachen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten