vrijdag 9 september 2011

In de dichtbundel “De wassende maan” van Rabindranath Tagore (1861-1941) staan prachtige gedichten over moeder en kind. Aan één ervan, “Speelgoed”, moet ik denken op mijn ronde als twee jongens van een jaar of acht om elastieken vragen. Ik geef ze tot hun grote blijdschap een paar handjes vol en….even later geven ze er één terug! “Want anders wordt het ruzie”. Nog wat later vertellen ze enthousiast dat het zoveel elastieken zijn dat de deksel van het potje waar ze het speelgoed in bewaren”er bijna niet meer op gaat”. Er wordt dus nog altijd gespeeld met bijna niets, precies als in het gedicht van Rabindranath Tagore dat hier volgt. Het werd destijds vertaald door Frederik van Eeden.    Speelgoed. Kind, wat zit je tevreden in het stof, de hele morgen spelend met een takje. Ik heb het druk met rekeningen, uur na uur tel ik cijfers op. Misschien kijk je wel naar me en denkt: “wat een vervelend spelletje om je morgen mee te bederven”. Kind, ik heb de kunst vergeten om op te gaan in stokjes en moddertaarten. Ik zoek kostbaar speelgoed en verzamel brokjes goud en zilver. Jij schept je blijde spelletjes met al wat je vindt en ik verdoe mijn tijd en mijn kracht aan dingen die ik nooit kan verkrijgen. In mijn broze kano worstel ik om de zee van begeerte over te steken, en ik vergeet dat ik óók een spelletje speel.    

1 opmerking:

  1. Beste Tom, dank voor dit mooie gedicht van Tagore. En je inleiding: ik was meteen weer terug in mijn jonge jeugd waarin wij uitkeken naar de postbode, niet vanwege post maar vanwege de elastieken.

    BeantwoordenVerwijderen