vrijdag 5 juli 2013

TOURFLITS

KOETJES KALFJES EN IJZERWAREN

Met de eerste Afrikaan in de geschiedenis van de Tour de France in de gele trui zijn de heren renners op weg naar Albi, de stad waar Daan de Groot in 1955 als eerste over de meet kwam en waar Gerrie Knetemann het hem twintig jaar later nadeed, maar hoe was het gisteren. Last van zijwind, een beetje. De Spanjaard Mardones schijnt in zijn eentje te zijn weg geweest maar kwam daar na een uurtje van terug, hoor ik van de commentatoren. Het peloton blijft in een hoog tempo bijeen. En verder? De abdij van St. Gilles du Gard staat op de Werelderfgoedlijst en is gebouwd in Romaanse stijl, de broer van Lars Boom is kok bij Belkin, er gaan 4 bidons water per renner per uur doorheen, wat volgens zeggen neerkomt op 500 liter per uur voor de hele meute, de wilde paarden blijken zwarte runderen en de schroeven van het plaatje in de schouder van Christian Van De Velde zitten los en dat is wat anders dan de schroeven van het plaatje onder de schoen, aldus Herbert Dijkstra en hij rondt dit onderwerp af met: “straks wordt er vanuit de wagen nog gesleuteld aan de renner”.
Met alle respect hoor, want je moet die paar uur waarin weinig tot niets gebeurt toch maar vol zien te praten, maar voor straks bij de 7e etappe die ook nog eens 29 kilometer langer is, stem ik maar eens op den Belg af.  


1 opmerking: