RED
RIVER ROCK
Op de zondagen in de zomer schalde menigmaal muziek over de Dijk. Eerst bij Nol van As die accordeonles gaf aan één van de jongens van Swart van de Driesprong, dan bij Wolswijk waar Joost op zijn mondorgel speelde en vervolgens werd na de “late kerk” - de laatste mis - bij Koot en bij Smienk de pick-up buitengezet. Feest was het, het feest van de zomer, dat tot in de avonduren bleef voortduren. Vooral bij de familie Koot aan de rand van de voortuin verdrongen wij ons en lalden de liedjes, die meestal door Arnold, Joop of Ko waren uitgezocht en opgezet, enthousiast mee. Zelf lieten de heren Koot zich daarbij ook niet onbetuigd; nummers van Pat Boone ( oooooo, Bernadine) en Paul Anka’s Diana werden meegehuild (oooo please stay by me, Diana.) en dikwijls nóg eens in - en opgezet als het plaatje was uitgedraaid. Maar er was méér; ook Fats, Cliff en Elvis werden uit de donkergroene platenkoffer gehaald en……..Johnny and the Hurricanes! Red River Rock was ons favoriete nummer, een instrumentale rockversie van het countryliedje Red River Valley, Als dat nummer lang op zich liet wachten bleven we er om zeuren zó lang totdat de discjockey uiteindelijk maar toegaf en het plaatje voor ons draaide. Voor smartlappen als Och was ik maar.. van Johnny Hoes en Ach Vaderlief… van de Zangeres Zonder Naam moesten we buurten bij de familie Smienk. Dit genre werd,zij het meestal niet zonder spot, al voetballend en touwtje springend ook luidkeels meegezongen. Voor sommige (grotere) kinderen moet het gedicht van J. C. Bloem, De Dapperstraat, al bekend zijn geweest maar wij waren “domweg gelukkig” op de Dijk en niet “op een miezerige morgen” maar op een zonnige zondagmiddag. ’s Avonds op bed drongen de laatste plaatjes die gedraaid werden tot ons door; melancholieke liedjes over liefdesverdriet, maar het aparte geluid, de mix van het hammondorgeltje met dat van de scheurende saxofoon, het oude countrywijsje in een rock and roll jas, Red River Rock, bleef in onze koppies rondspoken.
Op de zondagen in de zomer schalde menigmaal muziek over de Dijk. Eerst bij Nol van As die accordeonles gaf aan één van de jongens van Swart van de Driesprong, dan bij Wolswijk waar Joost op zijn mondorgel speelde en vervolgens werd na de “late kerk” - de laatste mis - bij Koot en bij Smienk de pick-up buitengezet. Feest was het, het feest van de zomer, dat tot in de avonduren bleef voortduren. Vooral bij de familie Koot aan de rand van de voortuin verdrongen wij ons en lalden de liedjes, die meestal door Arnold, Joop of Ko waren uitgezocht en opgezet, enthousiast mee. Zelf lieten de heren Koot zich daarbij ook niet onbetuigd; nummers van Pat Boone ( oooooo, Bernadine) en Paul Anka’s Diana werden meegehuild (oooo please stay by me, Diana.) en dikwijls nóg eens in - en opgezet als het plaatje was uitgedraaid. Maar er was méér; ook Fats, Cliff en Elvis werden uit de donkergroene platenkoffer gehaald en……..Johnny and the Hurricanes! Red River Rock was ons favoriete nummer, een instrumentale rockversie van het countryliedje Red River Valley, Als dat nummer lang op zich liet wachten bleven we er om zeuren zó lang totdat de discjockey uiteindelijk maar toegaf en het plaatje voor ons draaide. Voor smartlappen als Och was ik maar.. van Johnny Hoes en Ach Vaderlief… van de Zangeres Zonder Naam moesten we buurten bij de familie Smienk. Dit genre werd,zij het meestal niet zonder spot, al voetballend en touwtje springend ook luidkeels meegezongen. Voor sommige (grotere) kinderen moet het gedicht van J. C. Bloem, De Dapperstraat, al bekend zijn geweest maar wij waren “domweg gelukkig” op de Dijk en niet “op een miezerige morgen” maar op een zonnige zondagmiddag. ’s Avonds op bed drongen de laatste plaatjes die gedraaid werden tot ons door; melancholieke liedjes over liefdesverdriet, maar het aparte geluid, de mix van het hammondorgeltje met dat van de scheurende saxofoon, het oude countrywijsje in een rock and roll jas, Red River Rock, bleef in onze koppies rondspoken.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten