zondag 16 december 2012


DE WET

Er waren Dijklopers die tussen de middag niet op school aten maar thuis, en dat veelal warm. Dat moest gebeuren binnen de vijfentwintig minuten want het restant van de vijf kwartier hadden we nodig om naar huis en weer naar school te lopen. Wil, die wij Pil noemden, had daar een schema voor gemaakt en hij noemde dat De Wet en De Wet schreef voor: twee telefoonpalen hardlopen en één telefoonpaal wandelen en vanzelfsprekend hielden wij ons aan De Wet. Tijdens de wandelpas gooiden we een enkele keer steentjes tegen de bedrading, keilden we soms met een plat exemplaar over een slootje en werd er hier en daar een veter opnieuw gestrikt maar van een echt oponthoud was nooit sprake. Ook door Piet Gruters met zijn verhalen over de oeskwaker, een monster op de bodem van de sloot waarmee Piet menigmaal uren had geworsteld, lieten we ons niet ophouden, dat kwam na drieën wel weer, we moesten op de tijd letten. Een enkele keer kregen we onderweg een lift aangeboden waarmee we plotseling een voorsprong op ons schema konden nemen. Meneer Van Es die met een grote groene auto van de Technische Unie reed, en meneer Kampers met zijn vrachtwagen met de witte cabine en later een donkergroene -  lieten ons de Dijk zien vanuit een geheel ander perspectief; wát was het een klein Dijkje vanuit zo’n grote wagen en wat een kunst om dat soort auto’s daar overheen te sturen. Gerard de Bruin die wij Otje Piep noemden, pikte ons ook wel eens op onderweg. Meestal zat het kleine vrachtwagentje, een Borgward, al vol met zijn eigen kinderen maar soms was de laadbak leeg. Dan mochten wij daar een plekje zoeken en werden wij in razende vaart, met de haren in de wind, een lekker stukje verder gebracht. Enfin, mooie ervaringen waren het, maar uitzonderingen. Meestal moesten we twee telefoonpalen hardlopen en één wandelen en was De Wet van kracht.  

Geen opmerkingen:

Een reactie posten