dinsdag 18 december 2012

JACOB EN DE JAGERS

Zonder Jacob en zonder de jagers was het geen week voor kerst. Voorbij de vijver aan de rand van het bos van Van Seumeren, dáár mochten we mos steken voor de kerststal. “Als jullie maar geen gaten maken”, zei Jacob ieder jaar weer. Natuurlijk spraken we hem met “meneer Gerssen” aan. De man had kennelijk zeggenschap over het strookje bos achter het huis van Thijs van Wijk. Jacob woonde achter Van Seumeren voorbij de getraliede hokken met wat wij bloedhonden noemden, in een klein huis in het bos. Hij had een groot goeiig hoofd met diepe oogkassen, er zou later een straat in het dorp naar hem worden genoemd. Hij was wethouder of oud - wethouder maar dat zei ons maar weinig in die dagen. Hij ging over het mos en wij mochten daar een grote doos mee vullen. Mos, de vloerbedekking voor al de beelden in en om de stal, was voor ons van het grootste belang. Zonder dat geurige groen zou het geen kerstmis zijn. Wim ,Theo en ik hadden dus een verantwoordelijke taak. Waar andere mensen met zorg een kerstboom uitzochten zo zochten wij het mooiste mos uit. Op één van die dagen voor kerst kwamen ook de jagers, soms wel dertig man sterk. Ze verspreidden zich in de weilanden aan de noordkant van de Dijk met honden en geweren en begonnen zo hun drijfjacht op hazen en konijnen. De voorbereidingen op het kerstfeest waren in volle gang. Waar vanuit het weiland schoten klonken en hazen het haasje waren, was er in huize Van Schaik een kerststal in aanbouw die nóg weer mooier zou worden dan voorgaande jaren. Niet in de laatste plaats door dát waar wíj naar op jacht waren geweest: Mos. Met dank aan Jacob.          

Geen opmerkingen:

Een reactie posten