JACOB EN
DE JAGERS
Zonder Jacob en zonder de jagers was het geen week voor kerst. Voorbij
de vijver aan de rand van het bos van Van Seumeren, dáár mochten we mos steken
voor de kerststal. “Als jullie maar geen gaten maken”, zei Jacob ieder jaar
weer. Natuurlijk spraken we hem met “meneer Gerssen” aan. De man had kennelijk
zeggenschap over het strookje bos achter het huis van Thijs van Wijk. Jacob
woonde achter Van Seumeren voorbij de getraliede hokken met wat wij bloedhonden noemden, in
een klein huis in het bos. Hij had een groot goeiig hoofd met diepe oogkassen,
er zou later een straat in het dorp naar hem worden genoemd. Hij was wethouder
of oud - wethouder maar dat zei ons maar weinig in die dagen. Hij ging over het
mos en wij mochten daar een grote doos mee vullen. Mos, de vloerbedekking voor
al de beelden in en om de stal, was voor ons van het grootste belang. Zonder
dat geurige groen zou het geen kerstmis zijn. Wim ,Theo en ik hadden dus een
verantwoordelijke taak. Waar andere mensen met zorg een kerstboom uitzochten zo
zochten wij het mooiste mos uit. Op één van die dagen voor kerst kwamen ook de
jagers, soms wel dertig man sterk. Ze verspreidden zich in de
weilanden aan de noordkant van de Dijk met honden en geweren en begonnen zo hun
drijfjacht op hazen en konijnen. De voorbereidingen op het kerstfeest waren in
volle gang. Waar vanuit het weiland schoten klonken en hazen het haasje waren,
was er in huize Van Schaik een kerststal in aanbouw die nóg weer mooier zou
worden dan voorgaande jaren. Niet in de laatste plaats door dát waar wíj naar
op jacht waren geweest: Mos. Met dank aan Jacob.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten