Uit de schuur geklapt
NOTITIES VANUIT DE SCHUUR
Met de muziek mee 30 De Liefdeshobo
Voordat we het goed en wel beseffen hebben we inwoning. Alleen een stemgeluid, zonder melodie nog, zonder tekst, dictie en frasering kan ons leven al onder stroom - en op zijn kop zetten. Voordat we weet hebben van de naam van een instrument kan de klank ervan zich al voorgoed in ons hoofd genesteld hebben. Ieder mens is uitgerust met een fotografisch geheugen, bij de een is dat sterker ontwikkeld dan bij de ander maar iedereen is er bij mijn weten mee gezegend. Zo hebben we ook een geheugen voor geluid. Stemmen van mensen die al decennia lang niet meer onder ons zijn bijvoorbeeld kunnen we moeiteloos oproepen. (Hoezo niet meer onder ons).
Mijmerend in de zon roep ik de klank op van de oboe d’amore, de liefdeshobo en hoor ik de voortreffelijke hoboïst Albrecht Mayer (Erlangen, Duitsland 3 juni 1965) werken van Bach uitvoeren. De oboe d’amore wordt gerekend tot de houtblazers, is een dubbelriet aangeblazen instrument en heeft vergeleken met die van de hobo een rustiger en meer serene klank. Het wordt wel de alt - of mezzo - sopraan onder de hobo’s genoemd en klinkt anderhalve toon (een kleine terts) lager dan de hobo en twee hele tonen (een grote terts) hoger dan de althobo of Engelse hoorn. Het is een transponerend instrument wat betekent dat de oboe d’amore ook een kleine terts lager klinkt dan wat op papier wordt genoteerd. (Wat een geleerdheid, van Wiki word je wijs). Nadat Graupner, Bach en Telemann in hun muziek in de Barok - periode al gebruik maakten van de liefdeshobo en het instrument daarna een dikke honderd jaar zelden werd gehoord, werd het aan het einde van de 19e eeuw herontdekt en weer gebruikt door componisten als Richard Strauss, Claude Debussy, Maurice Ravel en Frederick Delius.
NOTITIES VANUIT DE SCHUUR
Met de muziek mee 30 De Liefdeshobo
Voordat we het goed en wel beseffen hebben we inwoning. Alleen een stemgeluid, zonder melodie nog, zonder tekst, dictie en frasering kan ons leven al onder stroom - en op zijn kop zetten. Voordat we weet hebben van de naam van een instrument kan de klank ervan zich al voorgoed in ons hoofd genesteld hebben. Ieder mens is uitgerust met een fotografisch geheugen, bij de een is dat sterker ontwikkeld dan bij de ander maar iedereen is er bij mijn weten mee gezegend. Zo hebben we ook een geheugen voor geluid. Stemmen van mensen die al decennia lang niet meer onder ons zijn bijvoorbeeld kunnen we moeiteloos oproepen. (Hoezo niet meer onder ons).
Mijmerend in de zon roep ik de klank op van de oboe d’amore, de liefdeshobo en hoor ik de voortreffelijke hoboïst Albrecht Mayer (Erlangen, Duitsland 3 juni 1965) werken van Bach uitvoeren. De oboe d’amore wordt gerekend tot de houtblazers, is een dubbelriet aangeblazen instrument en heeft vergeleken met die van de hobo een rustiger en meer serene klank. Het wordt wel de alt - of mezzo - sopraan onder de hobo’s genoemd en klinkt anderhalve toon (een kleine terts) lager dan de hobo en twee hele tonen (een grote terts) hoger dan de althobo of Engelse hoorn. Het is een transponerend instrument wat betekent dat de oboe d’amore ook een kleine terts lager klinkt dan wat op papier wordt genoteerd. (Wat een geleerdheid, van Wiki word je wijs). Nadat Graupner, Bach en Telemann in hun muziek in de Barok - periode al gebruik maakten van de liefdeshobo en het instrument daarna een dikke honderd jaar zelden werd gehoord, werd het aan het einde van de 19e eeuw herontdekt en weer gebruikt door componisten als Richard Strauss, Claude Debussy, Maurice Ravel en Frederick Delius.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten