Aan de rand van Veldhuizen waar je ver kan kijken en de
kikkers dichtbij zijn, waar zwaan nog op haar eieren zit en eend met haar
jongen tevreden rondzwemt, waar emmertjes water in grote hoeveelheden klaar
staan om de supersoakers mee te vullen waar kinderen die nog niet zo lang
geleden op de schaats stonden met verhitte koppies in hun blote bastjes kwistig
mee in de rondte spuiten, waar moeders in bikini voorbruinen en de postbezorger
toe is aan nog maar eens een slokje water…. Aan de rand van Veldhuizen geniet
men van de zomerse dagen. Wat een geschenk en wat zijn we toch rijk met onze
seizoenen. Wat ruikt alles lekker - blauwe regen en seringen! – en wat een
mooie mensen met stralende gezichten kom ik tegen.”Hè verdomme nog aan toe
Pieter post”, zal je misschien zeggen lezer, maar wellicht druk je je
krachtiger uit, “was er dan niet één rafelrandje aan deze dagen? Niet één
smetje, niet één ergernisje? Heb je geen lekke band gehad, zat het papier niet
door elkaar, plakte je hemd niet aan je lijf vast, gutste het zweet niet van je
voorhoofd op je bril, ben je niet staande gehouden door Getuigen van
Jehova……?” En dan zeg ik: beste lezer,
het is misschien allemaal gebeurd maar ik maak er geen letter aan vuil.
That's the spirit, pa!.
BeantwoordenVerwijderen