vrijdag 25 mei 2012


Aan de rand van Veldhuizen waar je ver kan kijken en de kikkers dichtbij zijn, waar zwaan nog op haar eieren zit en eend met haar jongen tevreden rondzwemt, waar emmertjes water in grote hoeveelheden klaar staan om de supersoakers mee te vullen waar kinderen die nog niet zo lang geleden op de schaats stonden met verhitte koppies in hun blote bastjes kwistig mee in de rondte spuiten, waar moeders in bikini voorbruinen en de postbezorger toe is aan nog maar eens een slokje water…. Aan de rand van Veldhuizen geniet men van de zomerse dagen. Wat een geschenk en wat zijn we toch rijk met onze seizoenen. Wat ruikt alles lekker - blauwe regen en seringen! – en wat een mooie mensen met stralende gezichten kom ik tegen.”Hè verdomme nog aan toe Pieter post”, zal je misschien zeggen lezer, maar wellicht druk je je krachtiger uit, “was er dan niet één rafelrandje aan deze dagen? Niet één smetje, niet één ergernisje? Heb je geen lekke band gehad, zat het papier niet door elkaar, plakte je hemd niet aan je lijf vast, gutste het zweet niet van je voorhoofd op je bril, ben je niet staande gehouden door Getuigen van Jehova……?”  En dan zeg ik: beste lezer, het is misschien allemaal gebeurd maar ik maak er geen letter aan vuil. 

1 opmerking: