Mensenkinderennogaantoe
OVER MENSEN DIE IK OOIT HEB ONTMOET
Kleintje Pils
Meneer Bregman had zijn tweede naam te danken aan zijn een meter zestig en aan Peter van het elektrisch gereedschap die over de bijnamen ging. Hij was geliefd in het warenhuis, droeg voor een groot deel bij aan de prettige sfeer op de afdeling en dat voor een chef, dat waren toch vaak types die lange wandelingen maakten met mappen onder de arm en daarbij gezichten trokken als hoogwaardigheidsbekleders die troepen inspecteerden. Kleintje Pils hield van komedie maar niet van dat soort. Hij had geen ambities ‘hogerop’ te komen en zeker niet via duistere wegen. Onze chef was wat we tegenwoordig ‘relaxed’, ‘chill’ en ‘cool’ noemen. Hij kon veel van ons verdragen al ging de grap met de telefoon waarvan we het luistergedeelte hadden gestoffeerd met grafietpoeder voordat hij het aan zijn oor zette, hem te ver. Gelukkig maar.
Meneer Bregman, alias Kleintje Pils, was getrouwd met een brunette die elders in de stad werkte en tegen zessen op de afdeling kwam om manlief te vergezellen naar huis. Zij baarde opzien en …hoe kwam zo’n lelijke kerel aan zo’n knap wijf, vroeg Simon van het tuingereedschap zich af.
Ik zie hem weer voor me in zijn ruim zittende colbert; met grote passen stevent hij op een conflict af, lost hier een probleem op, blust daar een brandje, lost containers en vervangt kassarollen. Hij was een held, maar daar dacht het bedrijf anders over. Op zekere dag kregen wij een andere chef; een type die lange wandelingen maakte met een map onder de arm. Kleintje Pils was overgeplaatst. Naar een kleine vestiging.
OVER MENSEN DIE IK OOIT HEB ONTMOET
Kleintje Pils
Meneer Bregman had zijn tweede naam te danken aan zijn een meter zestig en aan Peter van het elektrisch gereedschap die over de bijnamen ging. Hij was geliefd in het warenhuis, droeg voor een groot deel bij aan de prettige sfeer op de afdeling en dat voor een chef, dat waren toch vaak types die lange wandelingen maakten met mappen onder de arm en daarbij gezichten trokken als hoogwaardigheidsbekleders die troepen inspecteerden. Kleintje Pils hield van komedie maar niet van dat soort. Hij had geen ambities ‘hogerop’ te komen en zeker niet via duistere wegen. Onze chef was wat we tegenwoordig ‘relaxed’, ‘chill’ en ‘cool’ noemen. Hij kon veel van ons verdragen al ging de grap met de telefoon waarvan we het luistergedeelte hadden gestoffeerd met grafietpoeder voordat hij het aan zijn oor zette, hem te ver. Gelukkig maar.
Meneer Bregman, alias Kleintje Pils, was getrouwd met een brunette die elders in de stad werkte en tegen zessen op de afdeling kwam om manlief te vergezellen naar huis. Zij baarde opzien en …hoe kwam zo’n lelijke kerel aan zo’n knap wijf, vroeg Simon van het tuingereedschap zich af.
Ik zie hem weer voor me in zijn ruim zittende colbert; met grote passen stevent hij op een conflict af, lost hier een probleem op, blust daar een brandje, lost containers en vervangt kassarollen. Hij was een held, maar daar dacht het bedrijf anders over. Op zekere dag kregen wij een andere chef; een type die lange wandelingen maakte met een map onder de arm. Kleintje Pils was overgeplaatst. Naar een kleine vestiging.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten