Uit de schuur geklapt
NOTITIES VANUIT DE SCHUUR
Met de muziek mee 20 Sneeuw die doet smelten
Ik keer terug op mijn schreden, ben ook de taal niet goed machtig om de liederen van Schubert te kunnen volgen. Geen Winterreise. Dan maar liever beginnen bij het begin: De eerste sneeuw. De elfde en laatste symfonie ‘De Winter’ van de in Zwitserland geboren Duitse componist Joachim Raff (1822 – 1882) opent hiermee. Sneeuwt het? Ja, het sneeuwt. In het allegro vallen aarzelend de eerste vlokjes. Hobo en fagot openen, strijkers vallen in, langzaam zwelt de muziek aan. Subtiele bijdragen van de klarinet. Kleine, haast onzichtbare vlokjes die je verrassen; je oogharen vangen een exemplaar, maar je gehoor…daar draait het om! Het dringt tot je door, hier wil je deel van uitmaken. Er ligt al snel een heel pak. In de volgende beweging, het lichtvoetige allegretto komt elk instrument aan zijn trekken. Het raffinement van piccolo, fluit en klarinet, de trompet die de stilte accentueert, hobo, viool en cello die windvlagen suggereren of wie weet, kinderen die met hun sleetje de berg afsuizen in muziek vertalen. Bij het plop - plop - plop van de fagot, de clown van het orkest volgens Bernstein, zie je jong en oud zo nu en dan op hun gat vallen of pardoes op hun gezicht gaan. In het larghetto blazen we uit bij het vuur, contrabas en fagot stoken het op. Harmonie, warmte. Muziek die je soms aan die van Tchaikovsky doet denken, aanzwellend en afnemend zoals regelmatig de hele symfonie door. In het vierde en laatste gedeelte, ‘Carnaval’ genoemd, raak je in een optocht verzeild. Je moet niet mee maar je gáát mee omdat het je raakt.
Tal van componisten hebben muziek geschreven geïnspireerd op de seizoenen, dus even talrijk zijn de winters. Het werk De vier jaargetijden van Vivaldi is waarschijnlijk bij iedereen bekend. In deze Winter, waar misschien wel het mooiste largo ooit geschreven deel van uitmaakt, overkomt je wellicht hetzelfde als bij de elfde van Raff en De Sneeuwvlokkenwals van Tchaikovsky. Je smelt.
NOTITIES VANUIT DE SCHUUR
Met de muziek mee 20 Sneeuw die doet smelten
Ik keer terug op mijn schreden, ben ook de taal niet goed machtig om de liederen van Schubert te kunnen volgen. Geen Winterreise. Dan maar liever beginnen bij het begin: De eerste sneeuw. De elfde en laatste symfonie ‘De Winter’ van de in Zwitserland geboren Duitse componist Joachim Raff (1822 – 1882) opent hiermee. Sneeuwt het? Ja, het sneeuwt. In het allegro vallen aarzelend de eerste vlokjes. Hobo en fagot openen, strijkers vallen in, langzaam zwelt de muziek aan. Subtiele bijdragen van de klarinet. Kleine, haast onzichtbare vlokjes die je verrassen; je oogharen vangen een exemplaar, maar je gehoor…daar draait het om! Het dringt tot je door, hier wil je deel van uitmaken. Er ligt al snel een heel pak. In de volgende beweging, het lichtvoetige allegretto komt elk instrument aan zijn trekken. Het raffinement van piccolo, fluit en klarinet, de trompet die de stilte accentueert, hobo, viool en cello die windvlagen suggereren of wie weet, kinderen die met hun sleetje de berg afsuizen in muziek vertalen. Bij het plop - plop - plop van de fagot, de clown van het orkest volgens Bernstein, zie je jong en oud zo nu en dan op hun gat vallen of pardoes op hun gezicht gaan. In het larghetto blazen we uit bij het vuur, contrabas en fagot stoken het op. Harmonie, warmte. Muziek die je soms aan die van Tchaikovsky doet denken, aanzwellend en afnemend zoals regelmatig de hele symfonie door. In het vierde en laatste gedeelte, ‘Carnaval’ genoemd, raak je in een optocht verzeild. Je moet niet mee maar je gáát mee omdat het je raakt.
Tal van componisten hebben muziek geschreven geïnspireerd op de seizoenen, dus even talrijk zijn de winters. Het werk De vier jaargetijden van Vivaldi is waarschijnlijk bij iedereen bekend. In deze Winter, waar misschien wel het mooiste largo ooit geschreven deel van uitmaakt, overkomt je wellicht hetzelfde als bij de elfde van Raff en De Sneeuwvlokkenwals van Tchaikovsky. Je smelt.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten