Uit de schuur geklapt
NOTITIES VANUIT DE SCHUUR
Met de muziek mee 18 Beestenboel
Van De kat van ome Willem tot Het hondje van Dirkie, tot het peerd van ome Loeks; en of het nu over twee motten gaat, over zeven kikkertjes of over het gezelschap van old McDonald, het gaat te ver alle liedjes waarin dieren een rol spelen op te voeren, bovendien tellen ook in wat klassieke muziek genoemd wordt de dieren mee en wil ik hier de aandacht op vestigen al vrees ik dat ik ook in deze niet volledig kan zijn. Een selectie dus. ‘Het feest van de spin’ van Albert Roussel is balletmuziek uit 1912, geschreven voor ballet - pantomime waarin behalve de spin een eendagsvlieg, een worm en een vlinder, ook mieren en bidsprinkhanen voorkomen. ‘De vlucht van de hommel’ oftewel ‘The Flight of the Bumblebee’ van Rimsky - Korsakov komt uit diens opera Tsaar Saltan uit 1900, gebaseerd op een lyrisch - episch sprookje van Alexander Poesjkin. De muziek begeleidt hier een scene waarin de hoofdpersoon een jonge prins verandert in een hommel en natuurlijk is er al sinds bijna 140 jaar het ballet Het Zwanenmeer, waar Tchaikovsky in 1876 reeds de muziek voor schreef. Naast de witte zwanen en de niet onbelangrijke zwarte is er in dit beroemde werk ook van een roofvogel sprake. In Prokofiev’s muzikale sprookje Peter en de wolf dat in 1936 in Moskou in première ging, spelen naast de wolf ook een eend, een kat en een vogeltje een rol. Het zijn werken die - al is het maar via de magische machine - nog allemaal te genieten zijn. Dat geldt ook voor de grappige compositie van Camille Saint - Saëns, uit 1898. Hanen, kippen, muilezels, kangoeroes, schildpadden, visjes en vogeltjes, een leeuw, een zwaan (waaruit later het korte ballet ‘De stervende zwaan’ voortgekomen is) een olifant en een koekoek komen er in voor, in geen enkel ander muziekstuk is het een grotere beestenboel dan hier in Het carnaval der dieren of het zou het korte werk uit 1942, de Circus Polka van Stravinsky moeten zijn, muziek in opdracht. Het telefoongesprek tussen opdrachtgever en componist moet ongeveer als volgt zijn gegaan; Een zekere Ballanchine, een choreograaf: Zou je een klein ballet willen schrijven? Stravinsky: Voor wie? Ballanchine: Voor een paar olifanten. Stravinsky: Hoe oud?
Stravinsky wilde per se niet voor oude olifanten schrijven. Daar kon aan worden voldaan en zo gebeurde het dat enige tijd later vijftig olifanten (in roze tutuutjes) voor het hooggeëerd publiek op de Crircus Polka dansten. Dat zou nu niet meer kunnen.
NOTITIES VANUIT DE SCHUUR
Met de muziek mee 18 Beestenboel
Van De kat van ome Willem tot Het hondje van Dirkie, tot het peerd van ome Loeks; en of het nu over twee motten gaat, over zeven kikkertjes of over het gezelschap van old McDonald, het gaat te ver alle liedjes waarin dieren een rol spelen op te voeren, bovendien tellen ook in wat klassieke muziek genoemd wordt de dieren mee en wil ik hier de aandacht op vestigen al vrees ik dat ik ook in deze niet volledig kan zijn. Een selectie dus. ‘Het feest van de spin’ van Albert Roussel is balletmuziek uit 1912, geschreven voor ballet - pantomime waarin behalve de spin een eendagsvlieg, een worm en een vlinder, ook mieren en bidsprinkhanen voorkomen. ‘De vlucht van de hommel’ oftewel ‘The Flight of the Bumblebee’ van Rimsky - Korsakov komt uit diens opera Tsaar Saltan uit 1900, gebaseerd op een lyrisch - episch sprookje van Alexander Poesjkin. De muziek begeleidt hier een scene waarin de hoofdpersoon een jonge prins verandert in een hommel en natuurlijk is er al sinds bijna 140 jaar het ballet Het Zwanenmeer, waar Tchaikovsky in 1876 reeds de muziek voor schreef. Naast de witte zwanen en de niet onbelangrijke zwarte is er in dit beroemde werk ook van een roofvogel sprake. In Prokofiev’s muzikale sprookje Peter en de wolf dat in 1936 in Moskou in première ging, spelen naast de wolf ook een eend, een kat en een vogeltje een rol. Het zijn werken die - al is het maar via de magische machine - nog allemaal te genieten zijn. Dat geldt ook voor de grappige compositie van Camille Saint - Saëns, uit 1898. Hanen, kippen, muilezels, kangoeroes, schildpadden, visjes en vogeltjes, een leeuw, een zwaan (waaruit later het korte ballet ‘De stervende zwaan’ voortgekomen is) een olifant en een koekoek komen er in voor, in geen enkel ander muziekstuk is het een grotere beestenboel dan hier in Het carnaval der dieren of het zou het korte werk uit 1942, de Circus Polka van Stravinsky moeten zijn, muziek in opdracht. Het telefoongesprek tussen opdrachtgever en componist moet ongeveer als volgt zijn gegaan; Een zekere Ballanchine, een choreograaf: Zou je een klein ballet willen schrijven? Stravinsky: Voor wie? Ballanchine: Voor een paar olifanten. Stravinsky: Hoe oud?
Stravinsky wilde per se niet voor oude olifanten schrijven. Daar kon aan worden voldaan en zo gebeurde het dat enige tijd later vijftig olifanten (in roze tutuutjes) voor het hooggeëerd publiek op de Crircus Polka dansten. Dat zou nu niet meer kunnen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten