donderdag 14 februari 2013


ONTSNAPT

Het is lang geleden. Het was koud, of “kaaaaauuuuud” zoals Harry het kon zeggen. Klokslag half acht stapte ik verkleumd de werkplaats binnen, Joep en Gert volgden huiverend, met opgetrokken schouders. De kachel was uit, op het water waarin de kwasten stonden lag een dun laagje ijs, verf was ongetwijfeld ingedikt, stopverf stug. Joep had ergens nog een binnenklusje en ik moest eerst ruitjes snijden en daarna flessen met terpentine, wasbenzine, thinner en ammoniak vullen voor het winkeltje. Gert ging ergens werk opnemen maar maakte nog wel de kachel aan. Ik hield me bezig met het snijden van glas maar koud bleef het in de werkplaats, het kacheltje gaf amper warmte af. Na een lange morgen werd het schafttijd en zat ik rillend aan de boterhammen met kaas. Zo kon het niet langer, dacht ik. Hout was niet voorhanden en aan kolen en papier ontbrak het ook. Ik zou maar eens wat thinner in het ijzeren monster gieten, dacht ik en pakte een maatbekertje, vulde het met het oplosmiddel en goot het in de kachel….. Als raketten die werden gelanceerd schoot een vlam naar het plafond en mijn hart naar mijn keel en kwam ook baas Gert de werkplaats nog binnen. Wat had ik gedaan? Wat oliedom! Lang stond ik te trillen op mijn benen, als die vlam een centimeter hoger was gekomen was alles de lucht ingegaan, de boerderij van Schipperhein en de kantoorboekhandel van Niek van Kooten incluis. Ik wist het zeker: het dorp was aan een ramp ontsnapt.           

Geen opmerkingen:

Een reactie posten