BIJ
DE TANDARTS 3 (SLOT)
Een mens lijdt dikwijls het meest door het lijden dat hij vreest (doch dat nooit op zal dagen. Zo heeft men meer te dragen, dan God te dragen geeft).
Drie kiezen en vier tanden; ik had ze nog een laatste poetsbeurt gegeven en nu moest het er van komen. De (vrouwelijke) tandarts G riep me de gele kamer in en vroeg of ik er klaar voor was. Wat moest ik zeggen? Dat ik de aardappels nog moest schillen? (“Tjonge, dat is waar ook, ik moet de aardappels nog schillen en stofzuigen moet ik ook nog, helemaal vergeten!”) Tandarts G wist van mijn angst en deed haar best me op mijn gemak te stellen. Ze zou goed verdoven, eerst links dan rechts, en als de prikjes niet voldoende bleken hoefde ik mijn hand maar op te steken en ze zou er onmiddellijk één aan toevoegen. Ik zou geen pijn hebben. Er deed zich iets merkwaardigs voor; ik vertrouwde dokter G op haar woord! Een uur lang zat ik in de gele stoel in de gele kamer en ik betrapte me erop dat ik bijna de volledige zestig minuten ontspannen was. Soms zat ik zelfs zo’n beetje met mijn vingers te spelen en mengde ik me in een enkel kort gesprekje tussen dokter G en haar assistente. De gehele extractie verliep pijnloos! Twee van de drie kiezen gaven enige problemen, de verstandskies brak af en de premolaar zat muurvast en leek als in beton gegoten maar ook van die moeilijke gevallen raakte dokter G geen seconde in paniek. Zij bleef de rust zelve en de korte conversaties die ze soms voerde met haar assistente bleven steeds werkgerelateerd en licht van toon. Ze maakte kabinetswerk, tot het laatste wortelsnippertje van de verstandskies toe haalde ze geduldig weg. Toen kwam dokter V met héél veel nieuwe tanden en kiezen. Wat een mond vol! Opgelucht ben ik naar huis gefietst maar niet voordat ik het hele team had bedankt en gecomplimenteerd.
Een mens lijdt dikwijls het meest door het lijden dat hij vreest (doch dat nooit op zal dagen. Zo heeft men meer te dragen, dan God te dragen geeft).
Drie kiezen en vier tanden; ik had ze nog een laatste poetsbeurt gegeven en nu moest het er van komen. De (vrouwelijke) tandarts G riep me de gele kamer in en vroeg of ik er klaar voor was. Wat moest ik zeggen? Dat ik de aardappels nog moest schillen? (“Tjonge, dat is waar ook, ik moet de aardappels nog schillen en stofzuigen moet ik ook nog, helemaal vergeten!”) Tandarts G wist van mijn angst en deed haar best me op mijn gemak te stellen. Ze zou goed verdoven, eerst links dan rechts, en als de prikjes niet voldoende bleken hoefde ik mijn hand maar op te steken en ze zou er onmiddellijk één aan toevoegen. Ik zou geen pijn hebben. Er deed zich iets merkwaardigs voor; ik vertrouwde dokter G op haar woord! Een uur lang zat ik in de gele stoel in de gele kamer en ik betrapte me erop dat ik bijna de volledige zestig minuten ontspannen was. Soms zat ik zelfs zo’n beetje met mijn vingers te spelen en mengde ik me in een enkel kort gesprekje tussen dokter G en haar assistente. De gehele extractie verliep pijnloos! Twee van de drie kiezen gaven enige problemen, de verstandskies brak af en de premolaar zat muurvast en leek als in beton gegoten maar ook van die moeilijke gevallen raakte dokter G geen seconde in paniek. Zij bleef de rust zelve en de korte conversaties die ze soms voerde met haar assistente bleven steeds werkgerelateerd en licht van toon. Ze maakte kabinetswerk, tot het laatste wortelsnippertje van de verstandskies toe haalde ze geduldig weg. Toen kwam dokter V met héél veel nieuwe tanden en kiezen. Wat een mond vol! Opgelucht ben ik naar huis gefietst maar niet voordat ik het hele team had bedankt en gecomplimenteerd.
Dat is heel fijn om te lezen. Geen horrorverhalen meer. Veel plezier met je nieuwe tanden en kiezen. x.
BeantwoordenVerwijderenDank je wel schat.Dikke kus.
Verwijderen(Hoop het niet maar) Ik denk niet dat dit het slot is, zal vast nog wel een narede (volgens Wikipedia: ook de laatste etappe van een wielerronde, zoals de Ronde van Frankrijk, wordt epiloog genoemd.) komen?
BeantwoordenVerwijderen